Even voorstellen

Even voorstellen dur Christien van de Ven van Kaathoven Hallo Schorsbossers en Schorsbosserinnen, Graag wil ik mij even voorstellen aan Schorsbos, tenminste voor degenen die mij nog niet kennen. Ik ben geboren en getogen in Schijndel in het Achterste Hermalen. Ik ben de dochter van Toon van Kaathoven en Bertha Merkx; Oudste van 9 kinderen, 6 meisjes en 3 jongens. Tot ik ging trouwen heb ik in Schijndel gewoond. Mijn Prins Peer de 4e heb ik ruim 36 jaar geleden wel in Schijndel leren kennen. Dit was tijdens een groot feest op de Steeg waar nu het Spectrum staat. Nadat we getrouwd waren zijn we in Boxtel gaan wonen, omdat Peter daar een baan had. Na een aantal jaren zijn we naar Zuid-Holland vertrokken en hebben daar ruim 13 jaar gewoond. Toen terug naar Brabant en weer in Boxtel terecht gekomen. Wat schetste mijn verbazing. Op een zondag in september 2006, vertelde Peter dat er aan hem was gevraagd of hij benaderd mocht worden voor de rol van Prins karnaval in Schijndel!!!!!!!!! In eerste instantie was het wel schrikken. Dit was iets waar wij nooit aan hadden gedacht dat dit ook nog eens op ons pad zou kunnen komen, maar we zijn toch het gesprek aangegaan. En daarna hebben we er zelf ook nog uitgebreid over gepraat, want het is toch wel iets waar je niet iedere dag aan denkt, en voor mij is het ook nog niet in te schatten wat er allemaal te gebeuren staat. Samen zijn we tot de conclusie gekomen dat het wel een grote eer is om dit te mogen doen. Ik heb er... lees meer

Ut Skônste Plekske

Ut Skônste Plekske dur Anton Hellings Ge moet me d’r niej op vaast pinne, maar volgens mèn is ut: “plötske”, in plôts van plekske; mar goewd, we zulle vur ’t gemak mar de ötspraak ônhouwe van Wim van Kôthove in ons eige volkslied: ut skônste plekske dus. Gullie zult ondertusse wel zelf vort wete wor g’oew eige skônste plötske -of plekske- kunt vèijne, nie dan. Want  wôr of ge dè vèijne kunt, dè kan b’ons of b’ûllie nogal un gróót vurskil ötmake. Wè vur mèn un sprookjesbos is, wôr ik hemmôl lyrisch van wor, dè is muskien vur mènnen buurman één gróóte rawozzie. En dè’s nou krêk wor ’t um drèijt: de beleving sti vur mèn vurrop: dè is ut, wè mèn iedere keer wir opnèt, zommer of winter, nôr mèn plötske trekt, gefascineerd dur ut landskap (“wôr iedereen zo gruts op is”, heur ik dan Wimme wir zinge…). En dan nèt zo lang loowpe tot de griebelgrauw un eind makt ôn oewe wandeling. Kèijkend dur d’n bril van unnen inkôrre of unnen uling, ziegut skônste plötske d’r al wir heel anders öt. Die bisjes zôn spontaan un hartverzakking krèijgen bè ’t zien van un strak, ôngehèrkt bos. Nee, gif dan mar un bos ès De Stök, ge wit wel, tussen Olland en ons eige Skorsbos. Un beter plötske um te struine ken ik nie. Vur mèn gevuul begint De Stök al tèijne de Langstraot, al weet ik dè ’t op de kaort pas over ’t spoor begint. Wènne naam eigeluk, nie dan? De Stök zô afgeleid zèn van stokke, die ’t maansvolk zo nou en dan ging kappe... lees meer

Diaken

Diaken dur Mari van der Heijden Vanuit de gelederen van het Schijndelse Carnaval werd me gevraagd een artikeltje te schrijven voor de website. Het klinkt bijna onwezenlijk Carnaval en de Website. Bovenal is Carnaval bij uitstek het feest waarop mensen ongedwongen met elkaar de ontmoeting kunnen aangaan. Gewoon zonder al te veel fratsen samen zingen, muziek maken, kletsen, dansen, een carnavalswagen bouwen, van café naar café gaan, ruimhartig gerstenat consumeren, een beetje slapen maar vooral veel wakker zijn. 4 dagen de boel de boel laten en het dagelijkse leven met een grap en grol op de korrel nemen. Carnaval is een feest van samen zijn en samen optrekken. Gelijk zo een optocht loopt. Bont uitgedost allerlei thema’s uitbeelden, doorspekt met een dosis gezonde humor en spot. Al jong bekend met het Carnaval uit het Erpse en daarna het Udense, is dat samen optrekken altijd die meerwaarde geweest. Die ontmoeting met mensen en in het bijzonder de plaats van de muziek en de humor daarin. Pronkzittingen zijn wat dat betreft een gelegenheid bij uitstek waarin de plaatselijke gemeenschap acte de presence kan geven. Een goede sketch over het plaatselijke gebeuren, een mooi stukje muziek erbij, zijn die avonden voor mij altijd iets geweest om naar uit te zien. Soms deed ik zelf mee, soms heerlijk als toeschouwer, kijkend naar hoe de anderen het er vanaf brachten. Kostelijk waren dikwijls de buuts. Subtiele woordspelingen gekoppeld aan lokale gebeurtenissen en een markant personage, waren de ingrediënten voor avonden hartelijk lachen. Het Carnaval als een feest van ontmoeting, muziek, humor en ontspannen. En ook het jaarlijkse ritueel rondom de Boerenbruiloft heeft mijn belangstelling.... lees meer

Toen was het voor ons Carnaval

Toen was het voor ons Carnaval dur Hannie Wouters Toen was het voor ons Carnaval, nu is het voor ons CARNAVAL. Toen wij in 1977 voor ons zelf begonnen met een klein cafe aan de Hoofdstraat wisten wij niet wat de carnaval in ons verdere leven en werken zou gaan betekenen. In 1978 besloten wij er een tent aan te zetten, ons cafe was te klein om de carnaval goed te kunnen vieren. We waren gevraagd om het Klippel kunningbal bij ons te laten vieren, dus met dat in ons hoofd was het besluit om de tent te plaatsen een kleine zekerheid om die in ieder geval één avond zeker vol te krijgen, dus zo gezegd zo gedaan. De zorgen maar ook vooral het genieten van het plaatsen kwamen tegelijk met de tent. Zou het warm genoeg zijn in de tent? Al spoedig bleek die zorg niet nodig te zijn het leek wel een sauna. Dus het jaar daarop: hoe krijgen wij het fris? We zouden toch ook maar zorgen dat de gasten die bij ons kwamen om carnaval te vieren iets te eten hadden, dus werd er van de berging een keuken gemaakt en flink wat biefstukken ingekocht, 100 stuks waar er 96 van over bleven, niet erg hoor eten we zelf toch gewoon op. Ook hadden we de eerste keer een factor geluk ,het had die CARNAVAL gelukkig niet erg hard gevroren. Kom ik straks op terug. Onze kinderen gingen een week voor het grote feest uit logeren want we moesten ook de mensen die ons kwamen helpen ergens laten eten, we hadden daar voor de slaapkamertjes... lees meer

Sex en Carnaval

Sex en Carnaval dur Cor van Casteren Wè dè mé mekare te make hi, doar kan ik ’t unnen andere keer miskien nog wel es over hebben, mar nou he’k teminste oew aandacht…. Wè zén mén urste herinneringen oan carneval? Ik stô vûr de ételazjeroam van bazzar-Vugts… Ik stô vûr de ételazjeroam van bazzar-Vugts die vol li en hengt mé carnevalsklèèr, huuj, mombakkesse, serpetines en confetti. Bloaw kiele (zonder stikkers erop toen nog), veul rooi tesneuziken mé lucefèrdeuskes (zwaluw), zwarte boerrepètjes met nog un mooi nèèj strak kurtonneke derin en mombakkesse, veul mombakkesse, van pjéroos, négers, sjinézen, hekse, wolve, vèrrekes, en nog veul méér. Ik stòn mé munne rug noar die ételazje en prebeerde iets op te vange van de vùrbètrekkenden optocht. Ik zaat nie bé ons vajjer op zùn skouwers want ut waar krèk de beurt oan mén bruurke um doar te meuge zitte. Ik hoef mun ooge nie dicht te knèèpe um nog hoarskèrrup te kunne zien dè ik tusse unnen hòòp gróteminsebéén dur de wages èn lóópgroepe vùrbé zie komme. Ík hà ók un mombakkes.Ut waar ùn gewóón gezicht, wè ge gewóón noemt dan hé ! Gewóón ùn blééj gezichje. Wè dè betrèft hà ik dè mombakkes nie op hoeve zette, ùn blééj gezichje hà ik toch mistal al.Mar dè waar nie ùt belangrijkste. Nèè…dieë reuk van dè ding. Zó apart! Gewóón ùnne reuk netuurlijk van dè kunststof woar toen zòn ding van gemakt waar èn miskien wèl ongezond zèllufs ùm lang in te ójjumme mar toch…ik vond ùm keilèkker! En al hadde zo’n mombakkes ùn halluf uur op en waar ie al zèiknat van oewen... lees meer

Pas op met Carnaval

Pas op met Carnaval dur Cor van Casteren Carnaval dat is wel leuk maar ook heel erg. Dat was het eerste zinnetje van een carnavalslied van de Bossche ‘Kleinkeinder’ van een aantal jaren geleden. Toen trouwens winnaar van het Knotskrakerfestival. Het is één van de weinige waarschuwingen die gegeven worden ten aanzien van het fenomeen carnaval. Nagenoeg iedereen heeft destijds het lied gewoon meegezongen zonder zich eens goed te verdiepen in de tekst. Want wat kan je allemaal gebeuren als notoire carnavalist? Vóórdat je op stap gaat denk je,’ik zal me eens mooi verkleden, dan val ik tenminste op’, maar als je op de plaats van bestemming komt blijkt dat iederéén zich verkleed heeft, en nóg mooier en opvallender dan jij, dus dát valt tegen. Jíj valt helemaal niet op in de meute. Vervolgens neem je vol goede moed deel aan b.v. een liedjeswedstrijd, maar dan blijkt dat bij dat festijn slechts drie á vier winnaars zijn, die om beurten met de eer gaan strijken. Je hoort dus bij de grote voorspekenbonen-groep die zich in de stress én het zweet werkt voor een grote teleurstelling achteraf. Verder ben je verplicht om op ál die carnavalsevenementen méér glaasjes gerstenat te nuttigen dan eigenlijk goed voor je is, want ja, je wilt er toch bijhoren hè? De dag ná zo’n “feest”moet je het dan ook steevast “besnieten”en die breng je door met een droge mond, een bonkende kop en een uitgewoond lichaam… Als je dan óók nog bij de steeds groter wordende groep hoort die zich na zo’n “activiteit” tot in de belachelijk late uurtjes aan de shoarma, eier, frikandellen of... lees meer

Afscheidsbrief van unne Mauwpeer

Afscheidsbrief van unne Mauwpeer dur Toon van de Sande Vruger, hil lang geleje, vroeg onze vadder, jonge wè zodde gè toch wel nie wille worre as ge groot bent. Zodde gè misschien brandweerman, of pliesie of misschien wel piloot wille worre. Nou ik von dè mar un aarige vraag, want ik wis al zeker toen al, dè ik in iedergeval, mauwpeer wilde worre, de rest zò un nevenfunctie zen, maar in ieder geval mauwpeer, en as ut kon zelfs mauwpeer van ut jaar. Nou ja zo as nie al de dingen in ut leven gaan zo as ge wilt, is dè ok mè men ut geval, mauwpeer van ut jaar ben ik nooit gewoore, al zaat ik ur wel kort bè, Dè hi men dan misschien wel un bietje geschaad in mun verdere ontwikkeling mar un kniesoor die daar op let. Ik ben daar ok vort overheen… denk ik. Um mauwpeer te worre moes ik wel van Gessel noar Schijndel verhuizen, wè ik toen ok tegen munne zin gedaon heb. Ik troowde mè un bosse um nie op te vallen, en viet er een die vijf jaor jonger waar, um de mensen te laten denken, dè ze men vur ut geld getroowd waar, mar wij wisse wel beter, wanne. Afijn toen ik in Schijndel arriveerde, dè me de karnaval in schorsbos veranderde moes ik daor natuurlijk ut fijne af weten. En na vijf jaor en twee kiendjes wijer, besloot ik te infiltreren in ut klein cafeeke van Peer Wouters, de thuishaven van de Mauwperen, het doel in mun leven. Ut waar nie hendig um ur bè te kommen, ze... lees meer

Een stukje historie

Een stukje historie dur Henk van Roessel Een stukje historie over het Schijndels carnaval in het algemeen, de Prinsenclub in het bijzonder. In het jaar 1955 troffen tijdens de vastenavonddagen, enkele jonge mannen, zo in de leeftijd van dertig, veertig jaren, elkaar in café, restaurant De Hopbel. Al heel gauw kwam het gesprek op carnaval. Een Bosschenaar in het gezelschap ging er eens goed voor zitten en begon een heel verhaal af te steken over het carnaval in Den Bosch, in Oeteldonk. Daar werd al ruim zeventig jaren carnaval gevierd. De Bosschenaar wist daar zoveel schoons over te vertellen, dat andere jongelui in het gezelschap, allemaal wat kriebels kregen, en zeker toen een van hen heel spontaan riep: “laten we in Schijndel ook carnaval gaan vieren”. Het duurde niet lang, of er werd afgesproken, om de volgende dag, op Dinsdag van de vastenavonddagen, weer op dezelfde plaats bij elkaar te komen, maar dan wel verkleed, om samen een carnavalsfeestje te bouwen. Er werd natuurlijk alvast op gedronken, en afgesproken, om eventuele vrienden of kennissen, aan te sporen om naar De Hopbel te komen, maar dan wel verkleed. Zo kwam men de volgende dag, het was 12 Februari 1955 weer bijeen. Iedereen had zo hier en daar een boerenkieltje en pet opgescharreld, en verscheen, zij het wat schoorvoetend, rond de klok van acht uur ’s avonds, in café De Hopbel. Het duurde niet lang of er werden afspraken gemaakt om een carnavalsclub op te richten. Uit die tijd is een tijd later de Prinsenclub ontstaan, die op een vergadering die later gehouden werd, op voorstel van Mies Frunt, de naam... lees meer

Het eerste jaarverslag van de Prinsenclub De Hopplukkers

Het eerste jaarverslag van de Prinsenclub De Hopplukkers dur Henk van Roessel De oprichting van onze vereniging vond plaats op 12 Februari 1955. Deze oprichting geschiedde in een roes. In een karnavalsroes, waarbij het ledental uit veertien personen bestond. De vereniging stelt zich ten doel: “karnaval in Schijndel te brengen”. Verder kon o.a. ook nog lezen, dat de minister van Staat gekleed was in een goedkoop kostuum. En dat men enige tijd terug besloten had om over te gaan tot het nemen van een definitief besluit om in Schijndel het feest van karnaval georganiseerd te gaan vieren. Weer verder leest men, dat de grote animators in het begin van het bestaan van Prinsenclub De Hopplukkers waren de heren Loet Wouters en Ad Henskens. Verder stond ook nog in de notulen vermeld, dat er in de vereniging geen moeilijkheden waren, maar het enige wat aan te merken viel, was dat er geen discipline heerste in de vereniging. Verder wordt er in de notulen ook nog melding gemaakt van de organisatie van een feestavond voor heel Schijndel, dit in verband met de viering van het honderd-jarig bestaan van de Koninklijke Harmonie St. Cecilia. Dit gebeurde in een grote tent op de markt. Daarbij werden opnames gemaakt door de K.R.O. televisie. Voor de feestavond begon werd Prins Bellefleur den eersten, met zijn gevolg, door burgemeester van Tuyl ontvangen op het gemeentehuis. Dat was toch grandioos. Uit die ontvangst op het gemeentehuis bleek, dat het gemeentebestuur achter de organisatie stond van... lees meer

Vastenaovondblaoike

Vastenaovondblaoike dur Henk van Roessel In Febrari 1956 verscheen de eerste carnavalskrant met als titel “Vastenaovendblaoike”. Een krant die werd uitgegeven door de Prinsenclub De Hopplukkers. Dat deed de club in zeer nauwe samenwerking met drukkerij van der Wiel, en is dat sindsdien altijd blijven doen. Ieder jaar verschijnt er in de week voor carnaval een carnavalskrant. Op d’n dag van vandaag is de opzet wel een beetje anders als 50 jaar geleden. De eerste jaren werd de krant helemaal verzorgd door de prinsenclub. Het verzamelen van foto’s, tekst en advertenties werd allemaal gedaan door de leden. Thans is dat eventjes anders. Men verzamelt zo mogelijk alle gegevens voor de krant, brengt die bij de redactie van het Schijndels Weekblad, en zij doet de rest. Op de kop van de eerste carnavalskrant stond te lezen: “Hoe laoter op d’n aovend hoe skonder volluk”. En verder, als een wijs advies: “Dees blaoike moet zuutjes hardop gelezen worren”. Dit stond te lezen op de eerste pagina.Op pagina drie stond dan het volgende advies n.l.: “Efkes uitskeien mi hardop lezen. Efkes zuutjes wè vatten”. De eerste krant bestond toen uit vier pagina’s, waarvan drie-vijfde advertenties. Hieruit bleek, dat de krant voor de penningmeester een aardig steuntje voor “d’n geldbuidel” was. In het verleden zijn er dus reeds 50 carnavalskranten... lees meer

Karnaval viere is hèndig zat

Karnaval viere is hèndig zat dur Mies Vervoort Karnaval viere is hèndig zat zegge wij die zo’n 40 joor geleeje zen begonne um van dees fist ’n mooi traditie te make. En eigelijk hebbe wij ’t wel hèndig um dè zo mar te zegge, want d’n ted is gewoon ontzettend veraanderd. Nim nou de beginjorre  toen wellie on de gang ginge. ’t Hil joor waar d’r nerres niks te doen,alléén mi de kermis waar ’t danse en natuurlijk ook op de zondig vur vasteloavend en dan wel overal tegelijk he. Bè de Spar, Tijn Persons, d’n Diets, Cup de Graaf, Bertje Perk, De Zwaan, Bertje Heuvels, Harrie Voets, Huub van den Heuvel, Willem Hubers en Mies Stinbèkkers èn overal waar ut eve druk. Danse war in diejen ted gruwelijk in en trouwes ook zowè de innigste geliggenighèd dègge in kontakt kont komme mi’t vrouwvollek.Gin wonder dan ook,dè ut jong grut oftewel de tieners van diejen ted iets meer wo’n dan in dezelfde tent den hillen oavend danse,ze wo’n ok welles erres anders heen en dan ut liefste mi un hil groep zodesse wè hendiger binne konne in aander zaale. En zo zen in feite verschillende karnavalsclubs opgericht. Veul kastelijns vonde dè best geinig èn in Tùrp waar zelfs un groep winkeliers en aander ondernemers die in hullie stamkroeg tot de conclusie kwaam dè karnaval in Skêndel vort hendig moes kunne èn zij beslote um te komme tot de oprichting van un Prinseclub. D’r werd unne Prins gevonde en unne adjudant van de Prins;unnen bùrgemister wier benoemd,kompleet mi unne Road van Ellef,unne Minister van Staat,unne Geheimschrijver,unne Hofkomissaris en in de... lees meer

As ge de kriebels nie vuult…

As ge de kriebels nie vuult… dur Tummuske, de PreZident Zo gauw het nieuwe jaar was ingedronken, ging het al een bietje zinderen in de kroeg van Willem en Dientje. Hun kroegske Willy’s Bonte Palet in de Hinthamerstraat in Oeteldonk was al vele jaren m’n stamcafeeke waar een uiterst gemêleerd gezelschap dagelijks het reilen en zeilen van onze maatschappij onder de loep nam en waar alle oplossingen der problemen in ras tempo onder het genot van menige pint werden opgelost. Al het genot en het verdriet op dees aardkloot kreeg de verdiende aandacht. De genoten pinten werden nog in streepkes omgezet op ’n blaadje van ’n dikke kladbloc. Aan de bar werd gebuurt, gekaart, gezongen of voor zich heen gestaard. Als er vijftien man binnen was, was ’t er al druk. Gewoon een kroegske zoals ’n kroegske in de schaduw van onze ouwe Sint-Jan moest zijn. Kunstschilder en glazenier Willem, na de oorlog uit Amsterdam vertrokken, nog gevochten in de Spaanse burgeroorlog, was in Oeteldonk komen aanwaaien waar hij z’n Dientje had ontmoet. Dientje werkte in de horeca, zodoende hun voorliefde voor een café. Eigenlijk was deze pijpelaar de eerste bar in Oeteldonk, maar voor ons was het gewoon ”zullen we er eentje pakken bij Willy”. Zoals reeds gezegd: na Nieuwjaar begon de ambiance in Willy’s Bonte Palet te veranderen. Niet ineens, maar men voelde dat er iets in de lucht zat. Op een leike, scheef hangend aan de muur en waarop anders te lezen was dat Dientje weer een ketel goulashsoep had klaargemakt en ’n kupke soep voor ’n gulden te krijgen was, stond met dikke krijtletters geschreven:... lees meer

Van hertekamp tot leut-express

Van hertekamp tot leut-express Un gesprek mè Henk van Roessel dur Anton Hellings Behalve ‘t vertier werd ’t goeie doel nie vergete dur de bestuurders van de Prinsenclub; in ’67 schonke de Hopplukkers un  hertenkamp on de geminte Skèndel, (nog steeds) gelege on de Kerkendijk. Un gebaar dè òngif dè de grenzen van het Schorsbosser carnaval dik in postieve zin werde overskreje. Zo ôk toen ’t Duits lijntje werd gepromoot in de vurm van “De Leut-expres”. Samen mè oangrenzende gemintes liete ze unne trein rèije tussen Boxtel en Gennep,  on boord aacht (èchte) burgemisters en de Prinsenclubs (inclusief hun hofkapelle) ùt de diverse onliggende durpe. Burgemister van Tuijl wees toen nog ‘ns op de spectaculaire, “helaas in onbruik geraakte wijze waarop Prins Carnaval zijn entree had gemaakt. Met de trein was het dan wel veiliger dan met de helicopter, maar of het ook vlugger en voordeliger is geweest, zullen we maar in het midden laten”, aldus de burgemister. Mar Antoon Jurriëns en Theo Jansen, de organisatoren aachter de Leut-expres, ha’n d’re zin gekrege; op 2 februari 1972 zond de NOS een documentaire ùt van drie kwartier, worrin de toekomstvisie van ‘t Duits lijntje on de orde kwaam. De kasteleins werden in diejen tèd ôk gevroagd um un stintje bè te drage on ut Skorsbosser carnaval, dur un bijdrage in de pot te doen, novvenant ’t aantal vierkante meters we ze te bieje ha’n. Ès tegenprestatie kwaam de Prinsenclub dan mè d’r hille gevolg èn hofkapel “De hopbouwers” op bezoek tijdens de carnavalsdage. Henk wit nog dè zoiets un hil perkussie waar: “We moesse innendertig kroege af, dus ge snapt... lees meer

Ut allerurste begin

Ut allerurste begin Un gesprek mè Henk van Roessel dur Anton Hellings Henk wit nog dè de start van het Schorsbosser carnaval nie hèllemol vlekkeloos verliep: “De urste ideeën vur ’n georganiseerd carnavalsfist ontstonden veuròn in de vijftiger joare. Dur de wòttersnoodramp in 1953 kwame de planne èkkes in de koelkast te stòn, mar ’t joar d’r op werde er concrete afsprake gemakt. Dè resulteerde in de oprichtingsvergadering van Prinsenclub “De Hopplukkers”, op 16 mèrt 1955.” Henk lòt un ouw boek zien van de secretaris destijds, Jacques van de Wiel. Op de urste bladzijde, in prachtig kroontjespen-handschrift, un verslag van de urste joarvergadering in Hotel “De Hopbel”, mè Lou Wouters ès vurzitter en Antoon Jurriëns ès penningmister. In de notulen nog ‘n typerende opmerking die òngift dè ’t ècht mèines waar: “…Er werd verzocht alleen leden voor te dragen welke als serieuze candidaten konden worden beschouwd…” Henk: “Louis Wouters waar d’n urste Prins van Schorsbos. Hij waar unnen èchte carnavalist, die op un ontwapende manier ut goeie vurbild gaaf; beskèije, midden tussen de minse, èn gezegend mè ‘nen hoop humor. Hij waar nie groot van stuk, dus werd de afkorting vur z’ne naam al gauw Loetje; en dè werd wir verbasterd tot Loet. Vandaar ut Loet Wouters Vaandel, wor de clubkes um strèje mè ’t Liekusfist.” Dè de Prinsenclub gin gruupke waar, wè z’n eige passief op de achtergrond hield, blèkt ut de hoeveelheid evenemente, die de urste joare werde georganiseerd. Van gala’s in het City-Theater tot bal-avonden in Hotel Amicitia en Hotel De Zwaan, dè bolwerke van het Schorsbosser carnaval in de jaren ’60. Ok de zittingsaovonde  ware... lees meer

Van vasteloavond tot…

Van vasteloavond tot schorsbosser carnaval Un gesprek mè Henk van Roessel dur Anton Hellings Henk van Roessel is un begrip in Schorsbos. We kennen ‘m ès nestor van het Schorsbosser carnaval, en hij hi diverse bestuursfuncties gehad binnen de prinsenclub; mar het bekendst is hij geworre dur z’ne rol ès carnavalsburgemister “Driekske”, wor-ie mè speuls gemak de plòtselijke politici op de korrel naam. De èchte raadsleej van toen keke èkkes wijs, toen ze op de raadszitting allemol unne rommelpot kriege, mè ’t commentaar van Henke durbè: “Zo, nou kunde tenminste zoveul ònrommele ès ge mar wilt…” Ik ben same mè Henk in z’n archieve gedoke van ‘t Schorsbosser carnaval, en we kwame ùt bè ‘t jaor 1935. In dieje tèd werd carnaval nog nie gevierd mè un meerdaags fist. Henk kan z’n eige nog herinneren dè ze toen op dinsdeggemiddeg vrij kriege van skool, (de jongensskool in de Pompstroat van hoofdmister van Bussel) um ‘r mè de rommelpot op ut te trekken: “Ik waar toen un joar of elf, en vasteloavend (ja, mè ‘n –l-) viere dè dinne we mè de kammereuj. We zonge dan langs de deure, um ons vastentrummelke te vulle mè allerhande snoep die we krege van alleman, die ons liedje wilde heuren. Wij makten onzen eigen rommelpot, van un vèèrekesbloas, gespannen rontelum un gruunteblik, en un rietje in de midde.” Ut liedje van vastelaovend kent Henk nog ut z’ne kop: “Vrouwke ’t is vasteloavend We komme nie thuis vur toavend Toavend in de maneskijn Ès vadder en moeder noar bed toe zijn Dan komme de boerre op klompe Simpe-sampe-sompe Gekke Griet, vertel ut nie Ons... lees meer