Uitslag Jeugdoptocht Schorsbos

Winnaars Jeugdoptocht 2018 Kleine groepen: 2 t/m 10 personen 1 – 1380 punten: Wijbosch rockt de pan uit -De Rock Pannen 2 – 1310 punten: Met Skôn Jong aan het stuur gaan wij op avontuur -Skôn Jong 3 – 1300 punten: Na 55 jaar ’n Boerenbruidspaar – Job en Evie van Nielen 4 – 1295 punten: Croc on a Rock -De Kansloze Klavertjes 5 – 1280 punten: Met carnaval gaan wij als beesten te keer, slapen doen we daarna wel weer -De Beestenboel 6 – 1270 punten: Schorsbos ro(c)kt en rolt -De Rolling Stoons 7 – 1260 punten: Veilig oversteken -De Voetjes 8 – 1250 punten: Olympische Winterspelen – Cool Runnings Grote groepen: vanaf 11 personen 1 – 1625 punten: The band of brothers (and sisters) hi zun drop-off gemist en ‘rockt’ nu in ’t Weppus op ut carnavalsfist! -De Punkie’s 2 – 1450 punten: Onder de rok van Meierijstad – CV de Buurtappkes 3 – 1445 punten: Schorsbos rockt – Ons Grut 4 – 1390 punten: Gère of Nie Rokt als Prins(en)club – Gère of Nie 5 – 1320 punten: Koets – CV sluit moar aan Mies van der Steen troffee De troffee voor de meest carnavaleske deelname (over alle categorieën) is in 2017 uitgereikt aan: Schorsbos rockt – Ons...
Even voorstellen

Even voorstellen

Even voorstellen dur Christien van de Ven van Kaathoven Hallo Schorsbossers en Schorsbosserinnen, Graag wil ik mij even voorstellen aan Schorsbos, tenminste voor degenen die mij nog niet kennen. Ik ben geboren en getogen in Schijndel in het Achterste Hermalen. Ik ben de dochter van Toon van Kaathoven en Bertha Merkx; Oudste van 9 kinderen, 6 meisjes en 3 jongens. Tot ik ging trouwen heb ik in Schijndel gewoond. Mijn Prins Peer de 4e heb ik ruim 36 jaar geleden wel in Schijndel leren kennen. Dit was tijdens een groot feest op de Steeg waar nu het Spectrum staat. Nadat we getrouwd waren zijn we in Boxtel gaan wonen, omdat Peter daar een baan had. Na een aantal jaren zijn we naar Zuid-Holland vertrokken en hebben daar ruim 13 jaar gewoond. Toen terug naar Brabant en weer in Boxtel terecht gekomen. Wat schetste mijn verbazing. Op een zondag in september 2006, vertelde Peter dat er aan hem was gevraagd of hij benaderd mocht worden voor de rol van Prins karnaval in Schijndel!!!!!!!!! In eerste instantie was het wel schrikken. Dit was iets waar wij nooit aan hadden gedacht dat dit ook nog eens op ons pad zou kunnen komen, maar we zijn toch het gesprek aangegaan. En daarna hebben we er zelf ook nog uitgebreid over gepraat, want het is toch wel iets waar je niet iedere dag aan denkt, en voor mij is het ook nog niet in te schatten wat er allemaal te gebeuren staat. Samen zijn we tot de conclusie gekomen dat het wel een grote eer is om dit te mogen doen. Ik heb er...
Ut Skônste Plekske

Ut Skônste Plekske

Ut Skônste Plekske dur Anton Hellings Ge moet me d’r niej op vaast pinne, maar volgens mèn is ut: “plötske”, in plôts van plekske; mar goewd, we zulle vur ’t gemak mar de ötspraak ônhouwe van Wim van Kôthove in ons eige volkslied: ut skônste plekske dus. Gullie zult ondertusse wel zelf vort wete wor g’oew eige skônste plötske -of plekske- kunt vèijne, nie dan. Want  wôr of ge dè vèijne kunt, dè kan b’ons of b’ûllie nogal un gróót vurskil ötmake. Wè vur mèn un sprookjesbos is, wôr ik hemmôl lyrisch van wor, dè is muskien vur mènnen buurman één gróóte rawozzie. En dè’s nou krêk wor ’t um drèijt: de beleving sti vur mèn vurrop: dè is ut, wè mèn iedere keer wir opnèt, zommer of winter, nôr mèn plötske trekt, gefascineerd dur ut landskap (“wôr iedereen zo gruts op is”, heur ik dan Wimme wir zinge…). En dan nèt zo lang loowpe tot de griebelgrauw un eind makt ôn oewe wandeling. Kèijkend dur d’n bril van unnen inkôrre of unnen uling, ziegut skônste plötske d’r al wir heel anders öt. Die bisjes zôn spontaan un hartverzakking krèijgen bè ’t zien van un strak, ôngehèrkt bos. Nee, gif dan mar un bos ès De Stök, ge wit wel, tussen Olland en ons eige Skorsbos. Un beter plötske um te struine ken ik nie. Vur mèn gevuul begint De Stök al tèijne de Langstraot, al weet ik dè ’t op de kaort pas over ’t spoor begint. Wènne naam eigeluk, nie dan? De Stök zô afgeleid zèn van stokke, die ’t maansvolk zo nou en dan ging kappe...
Diaken

Diaken

Diaken dur Mari van der Heijden Vanuit de gelederen van het Schijndelse Carnaval werd me gevraagd een artikeltje te schrijven voor de website. Het klinkt bijna onwezenlijk Carnaval en de Website. Bovenal is Carnaval bij uitstek het feest waarop mensen ongedwongen met elkaar de ontmoeting kunnen aangaan. Gewoon zonder al te veel fratsen samen zingen, muziek maken, kletsen, dansen, een carnavalswagen bouwen, van café naar café gaan, ruimhartig gerstenat consumeren, een beetje slapen maar vooral veel wakker zijn. 4 dagen de boel de boel laten en het dagelijkse leven met een grap en grol op de korrel nemen. Carnaval is een feest van samen zijn en samen optrekken. Gelijk zo een optocht loopt. Bont uitgedost allerlei thema’s uitbeelden, doorspekt met een dosis gezonde humor en spot. Al jong bekend met het Carnaval uit het Erpse en daarna het Udense, is dat samen optrekken altijd die meerwaarde geweest. Die ontmoeting met mensen en in het bijzonder de plaats van de muziek en de humor daarin. Pronkzittingen zijn wat dat betreft een gelegenheid bij uitstek waarin de plaatselijke gemeenschap acte de presence kan geven. Een goede sketch over het plaatselijke gebeuren, een mooi stukje muziek erbij, zijn die avonden voor mij altijd iets geweest om naar uit te zien. Soms deed ik zelf mee, soms heerlijk als toeschouwer, kijkend naar hoe de anderen het er vanaf brachten. Kostelijk waren dikwijls de buuts. Subtiele woordspelingen gekoppeld aan lokale gebeurtenissen en een markant personage, waren de ingrediënten voor avonden hartelijk lachen. Het Carnaval als een feest van ontmoeting, muziek, humor en ontspannen. En ook het jaarlijkse ritueel rondom de Boerenbruiloft heeft mijn belangstelling....
Toen was het voor ons Carnaval

Toen was het voor ons Carnaval

Toen was het voor ons Carnaval dur Hannie Wouters Toen was het voor ons Carnaval, nu is het voor ons CARNAVAL. Toen wij in 1977 voor ons zelf begonnen met een klein cafe aan de Hoofdstraat wisten wij niet wat de carnaval in ons verdere leven en werken zou gaan betekenen. In 1978 besloten wij er een tent aan te zetten, ons cafe was te klein om de carnaval goed te kunnen vieren. We waren gevraagd om het Klippel kunningbal bij ons te laten vieren, dus met dat in ons hoofd was het besluit om de tent te plaatsen een kleine zekerheid om die in ieder geval één avond zeker vol te krijgen, dus zo gezegd zo gedaan. De zorgen maar ook vooral het genieten van het plaatsen kwamen tegelijk met de tent. Zou het warm genoeg zijn in de tent? Al spoedig bleek die zorg niet nodig te zijn het leek wel een sauna. Dus het jaar daarop: hoe krijgen wij het fris? We zouden toch ook maar zorgen dat de gasten die bij ons kwamen om carnaval te vieren iets te eten hadden, dus werd er van de berging een keuken gemaakt en flink wat biefstukken ingekocht, 100 stuks waar er 96 van over bleven, niet erg hoor eten we zelf toch gewoon op. Ook hadden we de eerste keer een factor geluk ,het had die CARNAVAL gelukkig niet erg hard gevroren. Kom ik straks op terug. Onze kinderen gingen een week voor het grote feest uit logeren want we moesten ook de mensen die ons kwamen helpen ergens laten eten, we hadden daar voor de slaapkamertjes...
Sex en Carnaval

Sex en Carnaval

Sex en Carnaval dur Cor van Casteren Wè dè mé mekare te make hi, doar kan ik ’t unnen andere keer miskien nog wel es over hebben, mar nou he’k teminste oew aandacht…. Wè zén mén urste herinneringen oan carneval? Ik stô vûr de ételazjeroam van bazzar-Vugts… Ik stô vûr de ételazjeroam van bazzar-Vugts die vol li en hengt mé carnevalsklèèr, huuj, mombakkesse, serpetines en confetti. Bloaw kiele (zonder stikkers erop toen nog), veul rooi tesneuziken mé lucefèrdeuskes (zwaluw), zwarte boerrepètjes met nog un mooi nèèj strak kurtonneke derin en mombakkesse, veul mombakkesse, van pjéroos, négers, sjinézen, hekse, wolve, vèrrekes, en nog veul méér. Ik stòn mé munne rug noar die ételazje en prebeerde iets op te vange van de vùrbètrekkenden optocht. Ik zaat nie bé ons vajjer op zùn skouwers want ut waar krèk de beurt oan mén bruurke um doar te meuge zitte. Ik hoef mun ooge nie dicht te knèèpe um nog hoarskèrrup te kunne zien dè ik tusse unnen hòòp gróteminsebéén dur de wages èn lóópgroepe vùrbé zie komme. Ík hà ók un mombakkes.Ut waar ùn gewóón gezicht, wè ge gewóón noemt dan hé ! Gewóón ùn blééj gezichje. Wè dè betrèft hà ik dè mombakkes nie op hoeve zette, ùn blééj gezichje hà ik toch mistal al.Mar dè waar nie ùt belangrijkste. Nèè…dieë reuk van dè ding. Zó apart! Gewóón ùnne reuk netuurlijk van dè kunststof woar toen zòn ding van gemakt waar èn miskien wèl ongezond zèllufs ùm lang in te ójjumme mar toch…ik vond ùm keilèkker! En al hadde zo’n mombakkes ùn halluf uur op en waar ie al zèiknat van oewen...